Lezenswaardige Literatuur

Op deze pagina staat een selectie van de boeken die ik de laatste tijd heb gelezen. Romans, reisboeken, kookboeken en wetenschappelijke boeken. Per land geordend en voorzien van een korte omschrijving. Mijn persoonlijke aanraders.

MEDITERRANEE ALGEMEEN:

Paul Theroux- The Pillars of Hercules. A Grand Tour of the Mediterranean.
London: Penguin, 1996 (1e druk 1995).

In The Pillars of Hercules beschrijft Theroux zijn reis langs de kusten van alle landen rond de Middellandse Zee. Hij vertrekt bij de Rots van Gibraltar en eindigt in Ceuta, de Spaanse enclave in Marokko. Volgens de Griekse mythologie vormen deze twee plekken de twee zuilen van Hercules. De mythische figuur Hercules zou het Atlasgebergte- dat Afrika met het Iberisch schiereiland verbond – in tweeën hebben gereten. Aan de ene zijde van de doorgang wierp hij de Rots van Gibraltar neer, aan de ander zijde de rotspunt bij Ceuta.
Theroux is bij tijd en wijle – en vooral bij aanvang van de reis – enorm negatief, denkt dat de hele route bestaat uit ‘tourism as ancestor-worship and the veneration of incoherent ruins’. Zijn reis leidt hem langs de kusten – hij gaat amper het binnenland in, ‘hugging the coast’ – en voert per bus, trein en boot. Hij concentreert zich bewust op de kustlijn. Na afloop concludeert hij dat reizen door de Mediterranee “… was sometimes ancestor-worship and sometimes the oppositie.” En hij besluit terug te komen.

Evelyn Waugh- Labels. A Mediterranean Journal.
London: Methuen, 1991 (1e druk 1930).

Reisverslag van de Britse schrijver Evelyn Waugh (1903-1966). De auteur gaat in 1928 mee op het Noorse cruiseschip Stella Polaris, in ruil voor positieve verhalen over het schip en de cruise in de Mediterranee. Hij bezoekt onder meer Monaco, Napels, Athene, Caïro, Malta, Kreta en Corfu. Het boek is in 1930 gepubliceerd – meer dan 80 jaar geleden – maar grote delen zijn zeer herkenbaar.

Stefan van den Bossche, Koen Vergeer- Naar ‘t zuiderland. Moderne Nederlandstalige dichters langs de Middellandse zee.
Tielt: Lannoo/Atlas, 2002.

Een bloemlezing van meer dan 300 gedichten van Nederlanders en Vlamingen over de Middellandse zee, Spanje, Frankrijk, Italië, de Adriatische kust, Griekenland, Azië en Afrika. Grote namen als Marsman, Albert Verwey, Harry Mulisch, Rutger Kopland, Cees Nooteboom en Gerrit Achterberg, maar ook onbekendere namen. “Veel dichters hebben hun hart, hun gemoed, pen of wat dan ook (zie bijvoorbeeld wat Bert Schierbeek in de Zee van Marmora doet) gedrenkt in azuur,” schrijven de inleiders.

Fernand Braudel- De Middellandse Zee. Deel 1. Het landschap en de mens.
Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Contact, 1992.

Klassieker van de Franse historicus Fernand Braudel, coryfee van de Annales. In dit deel laat hij zien hoe dwingend de invloed van landschap en klimaat op het leven van de inwoner van de Middellands Zeegebied is geweest.

FRANKRIJK:

Lawrence Durrell- Caesar’s Vast Ghost. Aspects of Provence.
London: Faber and Faber, 1990 (1e druk 1990).

Durrell, vooral bekend geworden door zijn boeken over Griekenland, woonde het grootste deel van zijn leven in Zuid-Frankrijk.  Hij kwam in 1957 naar de Provence, op 45-jarige leeftijd, en zou daar – in Sommieres – tot zijn dood op 7 november 1990 wonen. Dit boek verscheen vlak voor zijn dood. Het is een ongewoon werk, een amalgaan van autobiografische elementen, gedichten, beschouwingen over geschiedenis en cultuur, esoterische theorieën over de liefde en vele wetenswaardigheden over de Provence.

Jeroen Thijssen- De Ronde van Gallië. Reizen en eten in het voetspoor van Asterix.
Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2010.

“Eten, oudheid, Asterix, daar draait het om in dit boek”, zo is in het voorwoord te lezen. Historicus en culinair journalist Jeroen Thijssen reisde in de zomer van 2008 door Frankrijk. Rode draad daarbij waren de negen steden die ook door Asterix en Obelix in ‘De Ronde van Gallië’ worden bezocht. En net als deze stripfiguren verzamelde ook Thijssen in iedere stad de streekproducten. Er verscheen een serie artikelen in Trouw en na een tweede reis verscheen dit boek. De auteur beschrijft achtereenvolgens zijn bezoeken aan Rouen, Parijs, Cambrai, Reims, Metz, Lyon, Nice, Marseille, Toulouse, Agen en Bordeaux. Kazen, worsten, wijn, bouillabaisse en cassoulet passeren de revue.
Uitgeroepen tot beste reisboek van 2010.

Dominique Bauer, Daniela Simons- De Provence anders. Cultuur- kleur- smaak.
Leuven: Davidsfonds, 2007.

Prachtig boek over de Provence met teksten van Dominique Bauer en foto’s van Daniela Simons. Tegelijkertijd een ode aan Frédéric Mistral (1830-1914), de schrijver en dichter die er zijn levenswerk van heeft gemaakt om de Provençaalse cultuur en taal te bewaren en te bevorderen. Voor dat laatste kreeg hij in 1904 zelfs de Nobelprijs literatuur. Een boek met maar één nadeel: het is te groot en zwaar om in een rugzak tijdens een Provençaalse wandeltocht mee te dragen.

Richard Olney- Provence. Koken en reizen.
Amsterdam: Time Life Books, 1994.

Gigantisch zwaar groot boek, cadeau gekregen van de ‘crew’ van Café Klinkers in Maastricht bij mijn afscheid in het voorjaar 1999. Richard Olney bracht 220 recepten bijeen, variërend van eenvoudige geroosterde aubergines tot ingewikkelde gevulde eend met olijven. Aangevuld met teksten over de vijf verschillende regio’s van de Provence (Alpes-Maritimes, Alpes-de-Haut-Provence, Vaucluse, Bouches-du-Rhône, Var) en prachtige landschapsfoto’s van Michael Freeman.

Alex Dingwall-Main- The Luberon Garden. A Provençal Story of Apricot Blossom, Truffles and Thyme.
London: Ebury Press, 2002 (1e druk 2001)

Dingwall-Main was een befaamd tuinarchitect, die in de jaren ’90 zijn werkterrein verlegde van London naar Bonnieux van de Provence. Met zijn vrouw Nicky en zoon Theo woonde hij daar 15 jaar en ontwierp hij de tuinen van de rijken der aarde die niet kozen voor een optrekje aan de fameuze Côte d’Azur, maar zich hier terugtrokken achter de authentieke gestapelde muurtjes van de Luberon: Britten, Amerikanen, Saoedische oliesheiks en rock- en filmsterren. In het boek schetst Dingwall-Main de overgang van een leven als tuinarchitect, documentairemaker en schrijver in London naar een leven met hetzelfde beroep in dit prachtige deel van Zuid-Frankrijk.

GRIEKENLAND:

John Freely- The Cyclades. Discovering the Greek Islands of the Aegaen.
London/New York: Tauris & Co, 2010 (1e druk 2006).

John Freely was natuurkundige en leraar, en een groot deel van zijn werkend bestaan daarvoor gestationeerd in Istanbul, Turkije. Daarnaast schreef hij tussen 1972 en 2008 meer dan 50 reis- en historische boeken, veelal over Turkije en Griekenland.
In dit boek over de Cycladen – gepubliceerd toen hij al 80 was! – schrijft hij afzonderlijke hoofdstukken over de eilanden Kea, Kythnos, Seriphos, Siphnos, Melos and Kimonos, Andros, Tinos, Mykonos and Delos, Syros, Paros and Antiparos, Naxos, Amorgos and the Lesser Cyclades, Ios, Sikinos and Folegandros, Santorini and Anaphi. Zijn eerste bezoek aan Naxos dateert uit juni 1962 en sindsdien komt hij bijna ieder jaar terug op een van de eilanden. The Cyclades is een gids over historische monumenten, mythologie, de geschiedenis en cultuur van de eilanden, religie, maar daarnaast verhaalt het boek ook over Freeley’s ervaringen als reiziger en gesprekken met inwoners.

George Kassimeris- Europe’s Last Red Terrorists. The Revolutionary Organization 17 November.
London: Hurst & Co, 2001.

In 2002 werd de Griekse terroristische organisatie 17N ontmanteld. Deze groep had bijna drie decennia lang in volledige anonimiteit geopereerd en in die jaren vele dodelijke aanslagen gepleegd. De jonge journalist en politicoloog Kassimeris beschrijft in dit werk de historische context en legt uitvoerig uit onder welke omstandigheden deze revolutionaire groepering kon ontstaan. Hij beschrijft daarnaast de ideologie van Giotopoulos en consorten, hun aanslagen en de impact daarvan op de Griekse maatschappij en politiek.
Het boek is geweldig interessant in zijn analyse van de meest beruchte terroristische beweging van Griekenland, maar is daarnaast ook bijzonder zinvol voor een beeld van politiek Griekenland in de laatste decennia van de 20e eeuw. Het is alleen jammer dat het boek in 2000 werd geschreven en in 2001 werd gepubliceerd, in feite vlak voor het ontsluiting van alle geheimen van de organisatie. Het boek mist daarmee alle informatie die los is gekomen na de arrestatie van de terroristen.

James Theodore Bent- The Cyclades: Or, Life Among the Insular Greeks.
London: Longmans, 1885.

James Theodore Bent was een Brits archeoloog, geboren in 1852. Hij reisde veel in Zuid-Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Zijn reizen lang 22 eilanden van de Cycladen, in maart 1883 en de periode november 1883-april 1884, mondden uit in dit boek, dat in 1885 verscheen. Bent is breed geïnteresseerd en geweldig nieuwsgierig. Hij schrijft dan ook over geschiedenis, landschap, huizenbouw en architectuur, wijn en eten, de gebruiken van de lokale bevolking, geloof en bijgeloof (vampieren, nereïden), spreekwoorden en liedjes. Het meest bijzondere is nog wel dat je bij het lezen niet het idee hebt, dat zijn reizen meer dan 100 jaar geleden plaatsvonden.

ITALIË:

Theresa Maggio- Het stenen boudoir. Reizen door de verscholen dorpen van Sicilië.
Amsterdam: De Arbeiderspers, 2002.

Maggio is een Amerikaanse journaliste van Siciliaanse afkomst. Haar grootouders emigreerden begin 20e eeuw uit het dorpje Santa Margarita Belice, ten zuiden van Palermo, naar de Verenigde Staten. Maggio gaat terug als ze volwassen is. Eerst voor een korte reis, dan vaker. In 1986 woont ze er een heel jaar en ook daarna maakt ze regelmatig reizen naar het eiland.
De journaliste is vooral gefascineerd door de kleine dorpen in de bergen van het binnenland van Sicilië: Ciolino, Polizzi Generosa en Geraco Siculo in het Madonie-gebergte, Castello Romeo en Castiglione di Sicilia op de hellingen van de Etna. In die dorpen woont ze bij familie of kennissen of huurt ze een kamer voor een aantal weken, waardoor ze de dorpelingen en hun verhalen goed kan optekenen.
Website Theresa Maggio: www.theresamaggio.com

Gavino Ledda- Padre Padrone. De opvoeding van een herderszoon.
Amsterdam: Meulenhoff, 1988 (1e druk in Italiaans 1975).

Hét boek over Sardinië. Hét verhaal over de herdersjongen die door zijn vader op 6-jarige leeftijd van school wordt gehaald en met zijn kudde schapen de bergen in moet trekken. Het leven is hard, zijn vader is erg gewelddadig en de kleine jongen woont een groot deel van het jaar in zijn eentje in een berghut in Baddevrustana, vlak bij Siligo, in de noordwestelijke hoek van Sardinië. Ledda kan zich pas onttrekken aan dit bestaan als hij zijn militaire dienstplicht moet vervullen. Daar leert hij een vak, ziet hij eindelijk de buitenwereld en ontwikkelt zich zijn passie voor taal. Die ontwikkeling gaat zo ver, dat hij via allerlei bijscholing alsnog zijn middelbare school afrondt en in 1969 zelfs zijn doctorsgraad in de taalkunde haalt. Sinds 1971 werkt hij aan de universiteit van Calghari.
Ledda schreef dit autobiografische boek tussen 1970 en 1974. Een paar jaar later werd het verfilmd door de gebroeders Taviani.

PORTUGAL:

Eckhart Nickel- Reisleesboek Portugal.
Utrecht: Het Spectrum, 2005.

Reisleesboek Portugal is onderdeel van een reeks uit het Duits vertaalde boekjes over verschillende steden en landen. Dunne boekjes met grote letters, tegelijkertijd toch inhoudelijk interessant. Nickel schrijft over typische Portugese kwesties als fado, bacalhau, azulejos, saudade, sebastianismo en port,  over beroemde Portugezen als Fernando Pessoa, Amália Rodrigues en Vasco da Gama. Bem vindo a Portugal.

A. Willemsen- Meesters der Portugese vertelkunst.
Amsterdam: Meulenhoff, 1970.

Bundel korte verhalen van Portugese schrijvers, uit de 19e en 20e eeuw, eindigend met een verhaal van de naar Nederland geëmigreerde en hier bekend geworden José Rentes de Carvalho. De bundel is uitgebracht tijdens de dictatuur en bevat dan ook een drietal politiek getinte stukken, onder meer van de destijds gedetineerde Luandino Vieira. Mooi is het verhaal Miura van Miguel Torga; een verslag van een stierengevecht, bezien vanuit de stier.

Gerrit Komrij- Kroniek van een dorp.
Amsterdam: De Bezige Bij, 2008.

Mijn door Komrij gesigneerde exemplaar van Villa Pouca, zijn in 2008 uitgebrachte boek over het dorpje in het district Coimbra waar hij sinds 1988 woonde. Villa Pouca da Beira is een ‘niemandsdorp’ zoals de in juli 2012 overleden Komrij zelf schrijft. Het boek is een bundeling van de columns die hij voor NRC schreef. Komrij vertelt over de 86 inwoners en de kleine wetenswaardigheden: buurman António, het Grote Hotel, bakkerij ‘De Oven van de Alva’, de corrupte rijschoolhouder Alves. Prachtig in de nuchtere Komrij-stijl geschreven boekje. Zoals deze zin: “Gek dat er in zo’n gat, zo’n petieterig gehucht, waar iedereen bij elkaar op schoot lijkt te zitten, nog zoveel figuren rondlopen die schimmig blijven.”

SPANJE:

Gerald Brenan- South from Granada.
London: Penguin, 2008 (1e druk 1957).

De Brit Gerald Brenan vestigde zich in 1920 in het bergdorp Yegen in de Alpujarras. Hij zou er tot 1924 wonen, keerde vijf jaar later weer terug om er opnieuw een vol jaar te wonen. Dit boek is een verslag van zijn verblijf in een dorp zonder elektriciteit en telefoon. Hij verweeft zijn persoonlijke belevenissen met vertellingen over het landschap, de natuur, de gebruiken van de bergbewoners, de feesten, het eten en drinken, de politiek en de belevenissen van de dorpelingen om hem heen.

OVERIG:

Cees Nooteboom- De roeiers van Port Dauphin. Alle Afrikaanse reizen.
Amsterdam: De Bezige Bij, 2011.

Uitgeverij De Bezige Bij heeft in 2011 vele verhalen van Cees Nooteboom bijeen gebracht in een aantal prachtige uitgaven. De roeiers van Port Dauphin bevat alle reportages en gedichten over zijn Afrikaanse reizen. Van Marokko via Gambia tot Mauritius. Van 9 juli 1960 tot september 1975. De kaft van het boek is voorzien van een prachtige foto van vriend Daniël Koster, die mij het boek ook cadeau gaf. Prachtige verhalen, met prachtige Nooteboomiaanse zinnen. In de laatste bijdrage uit 2010 vraagt Nooteboom zich – ondanks de vele reizen – af of hij nu werkelijk in Afrika is geweest. Hij besluit dat niet het geval is. “Het gevoel dat ik heb is dat van een mot die op het licht is afgevlogen, een donker licht,de onmogelijke tegenstelling die aantrekt en angst aanjaagt.”

Ismail Kadare- De brug met de drie bogen.
Amsterdam: Van Gennep, 1992 (1e druk 1985)

Kadare is een Albanees schrijver die sinds midden jaren ’60 internationaal bekend is. Hij debuteerde in 1961 met de roman De generaal van het dode leger, dat in latere jaren in vele landen in vertaling verscheen en ook werd verfilmd. In bijna al zijn boeken gebruikt Kadare de historie van Albanië als context voor zijn romans. Meestal betreft het de Ottomaanse periode, die in Albanië van 1505 tot 1912 duurde. Met name de oude legendes hebben de interesse van de inmiddels 86-jarige schrijver. Zo ook in De brug met de drie bogen. In dit boek staat een dorpje in het zuiden van Albanië centraal. Het verhaal speelt zich af in het jaar 1377 en wordt verteld vanuit het perspectief van een monnik. Vreemdelingen krijgen van de plaatselijke graaf toestemming een stenen brug te bouwen over de verraderlijke rivier Oejane. Dit alles zeer tot ongenoegen van de exploitanten van de veerpont, die goed verdienen aan het overzetten van mensen en vee.  Tijdens de bouw gebeuren er voortdurend vreemde dingen; de voortgang van het project wordt keer op keer gehinderd door onverklaarbare ongelukken.
Op een ochtend blijkt tot afgrijzen en schrik van de meeste dorpelingen iemand te zijn ingemetseld in één van de brugpijlers: de mede-dorpeling en metselaar Murrasj Zenebisje. Het verhaal gaat dat het dezelfde metselaar betrof die ook was ingehuurd om telkens ‘s nachts schade aan te brengen – in opdracht van de veermannen – en dat zijn familie een grote financiële vergoeding heeft ontvangen. De gruwelijke daad heeft wel effect: in de periode daarna wordt de bouw van de brug voltooid.