Exárchia: bij het monument van de 15-jarige Alexandros

P1050549Voorburg, 10 april 2013,

“Agenten, varkens, moordenaars!”. Dat was de leuze die de Atheners eind 2008 voortdurend op straat hoorden. “Μπάτσοι, γουρούνια, δολοφόνοι!”, schreeuwden de Grieken. Iedere avond was het centrum het toneel van rellen. Jongeren met bivakmutsen en hoodies trokken naar het centrum. Molotov-cocktails en stenen vlogen door de lucht. De agenten sloegen keihard terug. Ze gebruikten zoveel traangas dat de voorraad na een week eenvoudigweg op was. Andere landen werden benaderd met de dringende vraag de voorraad Grieks traangas aan te vullen.
De jongeren verruilden hun hoodies en sjaals voor motorhelmen en gasmaskers. De ‘κουκουλοφοροι’ waren nu helemaal onherkenbaar. Tot ze werden gearresteerd.

De directe aanleiding voor dit straatgeweld – iets meer dan 4 jaar geleden -, was de dood van de scholier Alexandros Grigoropoulos. Op de avond van 6 december 2008 was hij met zijn vrienden op stap in de wijk Exárchia. Twee agenten van een speciaal keurkorps hadden kort daarvoor een confrontatie gehad met een aantal andere jongeren, een paar straten verderop.
Daarna stuitten ze op Alexandros en zijn vrienden. Volgens getuigen lokten de agenten een incident uit. Volgens de agenten zelf werden ze aangevallen. Een van hen gooide een schrikgranaat, de ander vuurde drie schoten af. Alexandros kreeg een kogel in zijn borst en stierf.
Na de fatale schietpartij gingen jongeren de straat op. Niet alleen in Athene, maar ook in andere Griekse steden als Thessaloniki, Patras en Chania. Tijdens rellen werden winkels, gebouwen en auto’s vernield. De hoofdstad was dagenlang gehuld in traangas en rook.
In de dagen daarna sloeg de vonk over naar meer dan 70 andere steden, wereldwijd.

Deze roerige maand zou de geschiedenis ingaan als de ‘Δεκεμβριανά’ (december-gebeurtenissen), een term die daarvoor alleen werd gebruikt voor de heftige clash tussen politiek links en rechts in december 1944, aan de vooravond van de Griekse burgeroorlog.
Bijna twee jaar later, in oktober 2010, werden de twee agenten schuldig bevonden. Epaminondas Korkoneas kreeg levenslang voor dood door schuld, Vasilis Saraliotis 10 jaar voor medeplichtigheid.

Exárchia is de gebeurtenissen niet vergeten. Op het centrale plein in de wijk hangen nu – voorjaar 2013 – nog steeds spandoeken met teksten als “Je bent onze broeder, Alexi”. Ik vraag twee jongens naar de exacte plek van het schietdrama. Dat blijkt een paar straten verderop. De toename van de graffiti aan de muren wijst me in feite de weg. Op de hoek van de Μεσολογγίου en de Τζαβέλλα is de graffiti-dichtheid zo groot, dat het hier wel moet zijn.
Werkelijk alles is hier beschilderd: de gevels, de stenen muurtjes, het geparkeerde bestelbusje, het traliewerk en de rolluiken voor de ramen.
Tussen de felgekleurde anarchistische leuzen en tekens hangt een plaquette ter nagedachtenis van de scholier. Bij een boompje is een gedenksteen gemetseld. Tegen de muur is ook een nieuw, illegaal straatnaambordje aangebracht; de straat draagt nu de naam van Alexandros.
Het is een treurige plek. Er is niemand te zien. Een paar gebouwen liggen leeg. In een ervan zie ik iemand naar binnen kruipen. Toch wonen hier ook mensen. Er hangt was te drogen op een van de balkons boven mijn hoofd. Even later komt een vrouw een hond uitlaten.
De rust op deze zondagmiddag is bedrieglijk. Het komt hier vaak tot demonstraties en gewelddadige botsingen tussen politie en een gemengd gezelschap van studenten en anarchisten. Exárchia zal waarschijnlijk altijd een roerige wijk blijven.
Op de foto ziet Alexandros er aanmerkelijk jonger en onschuldiger uit dan op de foto’s die ik destijds in de kranten zag. Ook plaquettes ter ere van 15-jarige kinderen zijn politiek, realiseer ik me.