Cees Nooteboom- De roeiers van Port Dauphin.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someonePin on Pinterest

Cees Nooteboom- De roeiers van Port Dauphin. Alle Afrikaanse reizen.

17 oktober 2016,

Uitgeverij De Bezige Bij heeft in 2011 vele verhalen van Cees Nooteboom bijeen gebracht in een aantal prachtige uitgaven. De roeiers van Port Dauphin bevat alle reportages en gedichten over Nooteboom’s Afrikaanse reizen. 26 stuks. In juli 1960 bezocht hij het continent voor het eerst, toen was hij in Marokko. In de 50 jaar daarna bezocht hij onder meer Tunesië, Gambia, Mali, Madagaskar en Zuid-Afrika.

In het begin voelt de reizende schrijver zich nog erg vreemd. “Veel meer dan Europese landen is Marokko een gebied dat veroverd moet worden”, zo schrijft Nooteboom, “omdat men er veel essentiëler de vreemde, de vreemdeling is.’ En in Mali mijmert hij over: “… het treiterende besef dat een wezenlijk deel van een samenleving je totaal ontgaat.” Toch blijft hij het continent telkens opnieuw bezoeken. Op een najaarsochtend is het verlangen naar Afrika zelfs zo groot, dat hij op een luchthaven in Spanje op zoek gaat naar een ticket naar een willekeurig Afrikaans land. Want ook al is Afrika vreemd voor hem – want hij kan er niet zoals in Spanje echt met mensen praten – die vreemdheid is opwindend. Vroeger toen hij zes was, lag er voor zijn huis een stukje verwilderd terrein dat hij ‘het Landje’ noemde. Dat was ene geheimzinnig gevaarlijk gebied dat hij met zijn angsten en fantasieën kon vullen. Hij ervaart hetzelfde nu hij volwassen is. “Dingen zien die je niet begrijpt, tekens die je niet kunt lezen, een taal die je niet verstaat, een godsdienst die je niet wezenlijk kent, een landschap dat je afwijst, levens die je niet zou kunnen delen. Ik ondervind dat nu, vreemd woord, als een weldaad. De schok van het totaal onbekende is van zachte wellust gemaakt”

Het levert prachtige verhalen op, waarin Nooteboom vaak niet veel meer doet dan zitten, rondlopen, een glaasje drinken, iets eten en met iemand praten. Geen spectaculaire belevenissen of heftige gebeurtenissen. Maar dan is de schrijver op z’n best. In al zijn eenvoud: “De maaltijd kost niets, en dat is maar goed ook, want we krijgen ook nauwelijks iets.” Dat was in Gambia.
Wat me nog niet eerder opviel aan zijn taalgebruik, is dat hij de kleuren die hij ziet, zo prachtig omschrijft: ‘het moddergele hotel’, ‘de volkorenbruine huiden’, ‘het lelieblanke hotel’, ‘de maanwitte schelpen’, ‘een pauwblauwe sportwagen’, ‘de zinkkleurige wolken’ en misschien wel de mooiste: ‘de schapenkleurige grond’.
In de laatste bijdrage uit 2010 vraagt Nooteboom zich – ondanks de vele reizen – af of hij nu werkelijk in Afrika is geweest. Hij besluit dat niet het geval is. “Het gevoel dat ik heb is dat van een mot die op het licht is afgevlogen, een donker licht,de onmogelijke tegenstelling die aantrekt en angst aanjaagt..”